Begrippen-overzicht
Woordenboek · 183 termen
Korte uitleg van Arabische en Islamitische termen die je op onze site tegenkomt. Bedoeld als snelle oriëntatie — voor diepte verwijzen we naar je geleerde of klassieke teksten.
Categorieën: RituelenBronnenTheologieRechtProductenTijdAdabʿAqīdaWetenschapFamilieHartPraktijkGeschiedenisDhikrSunnah-toetsFinancieelMaatschappij
Rituelen
- Ṣalāh
- Het rituele gebed; vijfmaal daags voor moslims verplicht. Niet hetzelfde als duʿā.
- Ṣawm
- Vasten — onthouding van eten, drinken en gemeenschap van zonsopgang tot zonsondergang, vooral in Ramadan.
- Zakāt
- Verplichte jaarlijkse vermogensbelasting voor moslims, 2,5% over netto bezittingen boven de nisab.
- Zakāt al-Fiṭr
- Eid-zuivering — verplichte donatie aan de armen vóór Eid al-Fitr-gebed.
- Hajj
- De pelgrimstocht naar Mekka; verplicht eenmaal in een leven voor wie het kan.
- ʿUmrah
- Kleinere pelgrimage naar Mekka; kan jaarrond verricht worden.
- Iʿtikāf
- Spirituele afzondering in de moskee, vooral in de laatste 10 nachten van Ramadan.
- Tahajjud
- Vrijwillig nachtgebed in het laatste derde deel van de nacht.
- Tarāwīh
- Speciale Sunnah-gebeden in Ramadan, na ʿishāʾ, in groep of alleen.
- Witr
- Oneven aantal rakaʿāt na ʿishāʾ; afsluitend nachtgebed (1, 3, 5, 7 of 9).
- Sujūd
- Knielende prosternatie tijdens ṣalāh — voorhoofd, neus, handen, knieën, tenen aan de grond.
Bronnen
- Qurʾan
- De Heilige Schrift van de Islam; openbaring aan de Profeet ﷺ via aartsengel Gabriël over 23 jaar.
- Hadith
- Overlevering van een uitspraak, daad of stilzwijgende goedkeuring van de Profeet ﷺ.
- Sunnah
- De levenswijze van de Profeet ﷺ — uitspraken, daden, en wat hij goedkeurde.
- Sīrah
- De biografie van de Profeet ﷺ; levensgeschiedenis van zijn 23-jarige profeetschap.
- Tafsīr
- Exegese / uitleg van de Qurʾan, gebaseerd op andere ayāt, hadith, en taalkundige analyse.
- Ṣaḥīḥ
- Authentiek; hoogste graad van betrouwbaarheid in hadith-classificatie.
- Ḥasan
- Goed; ietsje minder sterk dan ṣaḥīḥ maar nog steeds betrouwbaar.
- Bukhārī
- Imam Muḥammad al-Bukhārī (810-870); auteur van Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, het meest betrouwbare hadith-werk na de Qurʾan.
- Muslim
- Imam Muslim ibn al-Ḥajjāj (821-875); auteur van Ṣaḥīḥ Muslim, samen met Bukhārī "de twee ṣaḥīḥs".
Theologie
- Tawḥīd
- De pure eenheid van Allah ﷻ — geen partner, geen evenknie, geen beeld.
- ʿAqīdah
- Geloofsleer; de fundamentele overtuigingen van de moslim.
- Īmān
- Geloof — overtuiging in het hart, uitgesproken met de tong, bevestigd in de daden.
- Iḥsān
- Excellentie — Allah dienen alsof je Hem ziet; al ziet je Hem niet, Hij ziet jou.
- Taqwā
- Godsvrucht; bewustzijn van Allah dat je beschermt tegen verkeerde keuzes.
- Tawakkul
- Volledig vertrouwen op Allah; de actie nemen, het resultaat aan Hem overlaten.
- Niyyah
- Intentie; "innama-l-aʿmālu bi-n-niyyāt" — de daden zijn slechts naar de intenties.
- Barakah
- Goddelijke zegen; meer dan kwantitatief — kwalitatieve overvloed in tijd, geld, gezondheid, kennis.
- Sadaqah
- Vrijwillige liefdadigheid; elke goede daad telt, ook een glimlach (Tirmidhī 1956).
- Sadaqah jariyah
- Voortdurende liefdadigheid die beloning blijft opleveren ook na de dood.
- Duʿāʾ
- Smeking, persoonlijk gebed tot Allah ﷻ — in het Arabisch of in je eigen taal.
- Dhikr
- Gedenking van Allah door herhaling van Zijn namen of korte zinnen.
- Salawāt
- Zegeningen op de Profeet ﷺ; "Allāhumma ṣalli ʿalā Muḥammad..."
Recht
- Fiqh
- Islamitische jurisprudentie; de toegepaste regels voortkomend uit Qurʾan en Sunnah.
- Sharīʿah
- De islamitische wet — de bredere bron en het pad, waar fiqh op gebaseerd is.
- Madhhab
- Rechtsschool; de vier hoofdscholen zijn Ḥanafī, Mālikī, Shāfiʿī en Ḥanbalī.
- Halal
- Toegestaan, geoorloofd volgens islamitisch recht.
- Haram
- Verboden volgens islamitisch recht.
- Makrūh
- Afgekeurd; niet verboden maar ook niet aan te raden.
- Mubāḥ
- Neutraal toegestaan; geen beloning of bestraffing aan verbonden.
- Wājib / Farḍ
- Verplicht; nalaten levert bestraffing op.
- Mustaḥabb / Sunnah
- Aanbevolen; doen levert beloning, nalaten geen bestraffing.
- Riba
- Rente / woeker; verboden in elke vorm volgens Qurʾan + Sunnah.
Producten
- Tasbīḥ
- Gebedssnoer met 33 of 99 (of 100) kralen om dhikr te tellen.
- Mushaf
- Het fysieke boek met de Qurʾan; meervoud: maṣāḥif.
- Attar
- Natuurlijk parfum (geur-essence) zonder alcohol, vaak in een kleine flacon.
- Bakhoor
- Wierook van houtsplinters geweekt in geur-olie; gerookt op een stookbrander.
- Oud
- "Liquid gold" — geurig hars uit aquilaria-bomen, een van de duurste natuurlijke geuren.
- Misbāḥah
- Synoniem voor tasbīḥ; verschillend regionaal woord, gangbaar in Arabische landen.
- Ṭāqīyah
- Mannenmuts, vooral gedragen voor het gebed.
- Sajjāda
- Gebedsmat — kleed waarop ṣalāh wordt verricht.
Tijd
- Hijri
- De islamitische maankalender; jaar 1 begon bij de migratie (hijra) van Mekka naar Medina (622 CE).
- Ramadan
- 9e maand van de Hijri-kalender; de vasten-maand.
- Eid al-Fiṭr
- Het feest dat Ramadan afsluit; 1 Shawwāl.
- Eid al-Aḍḥā
- Het feest van offering; 10 Dhul-Ḥijjah, tijdens Hajj.
- Jumuʿah
- Vrijdag — heilige dag in Islam; verplicht gebed in de moskee voor mannen.
- ʿArafah
- De 9e van Dhul-Ḥijjah; centrale dag van Hajj. Vasten op deze dag wist zonden van afgelopen + komend jaar.
- ʿĀshūrāʾ
- De 10e van Muḥarram; aanbevolen vastendag (Sunnah).
- Layl al-Qadr
- De Nacht van Macht in de laatste 10 nachten van Ramadan; meer waard dan duizend maanden.
- Shaʿbān
- De 8e Hijri-maand, vóór Ramadan. De Profeet ﷺ vastte hierin het meest na Ramadan.
- Rajab
- De 7e Hijri-maand; één van de vier heilige maanden waarin oorlog verboden is.
- Muḥarram
- Eerste Hijri-maand; "de maand van Allah". 10e dag = ʿĀshūrāʾ.
- Dhul-Hijjah
- Twaalfde Hijri-maand. Eerste 10 dagen geliefdste bij Allah; Hajj + Eid al-Aḍḥā vallen hier.
Adab
- Adab
- Goede manieren / etiquette in Islam — niet beleefdheid, maar Sunnah-conforme omgang.
- Iḥsān
- Uitnemendheid — Allah aanbidden alsof je Hem ziet. Hoogste niveau van iman.
- Akhlāq
- Karakter / moraal. Het hoogste in akhlāq is de Profeet ﷺ — onze maatstaf.
- Hayāʾ
- Schaamte / bescheidenheid — een vorm van iman volgens hadith.
- Birr
- Goedheid, oprecht goed-doen, vooral aan ouders.
- Silat al-raḥm
- Familiebanden onderhouden — verlengt het leven, vergroot rizq.
- Salām
- Vrede; ook de Sunnah-groet "as-salāmu ʿalaykum".
ʿAqīda
- Tawakkul
- Vertrouwen op Allah na het doen van middel-effort. "Bind je kameel en vertrouw."
- Qadar
- Goddelijk decreet / voorbeschikking. Eén van de zes pijlers van iman.
- Tawḥīd
- De eenheid van Allah — kern van Islam. Drie types: rubūbiyya, ulūhiyya, asmāʾ wa-ṣifāt.
- Shirk
- Polytheïsme; iets/iemand naast Allah aanbidden. Grootste zonde, niet vergeven zonder tawbah.
- Īmān
- Geloof — niet alleen overtuiging, ook bevestiging in hart en uitvoering in daden.
- Kufr
- Ontkenning / ongelovigheid. Letterlijk: "bedekken" van de waarheid.
- Nifāq
- Hypocrisie — Islam belijden zonder oprechtheid. Ergste vorm van kufr volgens Qurʾān.
- Yawm al-Qiyāma
- De Dag des Oordeels. Eén van de zes pijlers van iman.
- Jannah
- Het Paradijs — beloning voor gelovigen. Acht poorten, acht niveaus.
- Jahannam
- De Hel — bestraffing voor onrechtvaardigen. Zeven poorten.
- Barzakh
- Tussenfase tussen dood en Yawm al-Qiyāma — de "wereld van het graf".
- Mīzān
- De Weegschaal op de Dag des Oordeels — daden worden gewogen.
- Ṣirāṭ
- De Brug over de Hel; iedereen passeert deze. Alleen rechtvaardigen komen erover.
Wetenschap
- Fiqh
- Islamitische jurisprudentie — toepassing van Sharīʿa op concrete situaties.
- Sharīʿa
- De goddelijke wet, gebaseerd op Qurʾān + Sunnah; bredere principes dan fiqh.
- Madhhab
- Wet-school. De vier soennitische: Ḥanafī, Mālikī, Shāfiʿī, Ḥanbalī.
- Ijmāʿ
- Consensus van de geleerden. Derde bron van Islamitische wet na Qurʾān + Sunnah.
- Qiyās
- Analoge redenering — vierde bron van Islamitische wet.
- Ijtihād
- Onafhankelijke juridische redenering door een gekwalificeerde geleerde.
- Fatwā
- Niet-bindend juridisch advies van een muftī op basis van bronnen.
- Muftī
- Geleerde gekwalificeerd om fatwā's uit te geven.
- ʿĀlim
- Geleerde — meervoud: ʿulamāʾ. Bewaarders van traditionele kennis.
- Ṭālib al-ʿilm
- Student van kennis. Lange-termijn-eer in Islam.
- Isnad
- Keten van overlevering bij hadith — de basis voor authenticiteits-classificatie.
- Matn
- De tekst van een hadith (na de isnad).
- Tafsīr Ibn Kathīr
- Klassieke Qurʾān-commentaar door Ismāʿīl Ibn Kathīr (1300-1373).
- Tafsīr al-Saʿdī
- Modern (20e eeuwse) tafsīr door ʿAbd al-Raḥmān al-Saʿdī. Beknopt + helder.
Familie
- Mahr
- Bruidsschat; verplicht geschenk van bruidegom aan bruid bij nikāḥ. Geen koop-prijs, wel haar recht.
- Walī
- Voogd / vertegenwoordiger van de bruid bij nikāḥ.
- Walīma
- Bruiloftsmaaltijd — Sunnah; nodig rijk en arm beide.
- Nikāḥ
- Huwelijkscontract — niet ceremonie maar contract met getuigen.
- Ṭalāq
- Echtscheiding initiated door de man. Zwaarste halal-handeling volgens hadith.
- Khulʿ
- Echtscheiding initiated door de vrouw, met teruggave van mahr.
- ʿIddah
- Wachttijd na echtscheiding/weduwschap voor vrouw vóór herhuwelijk.
- Maḥram
- Familielid waarmee huwelijk verboden is — broer, vader, zoon, oom van moederzijde, etc.
- Ridāʿah
- Borstvoeding-verwantschap; vrouw die je >5× heeft gevoed = je "moeder" voor maḥram-doeleinden.
- Tahnīk
- Sunnah om gekauwde dadel op verhemelte van pasgeborene te wrijven.
- ʿAqīqah
- Geboorte-offer op dag 7 — schaap (jongen 2, meisje 1) + naam + hoofd kaal.
- Khitān
- Besnijdenis — Sunnah voor jongens, ergens binnen de eerste week tot 7 jaar.
Hart
- Riyāʾ
- Show-off; daden doen om gezien te worden. "Verborgen shirk".
- Sumʿa
- Verlangen om gehoord/gepraat-over te worden voor goede daden.
- ʿUjb
- Zelfgenoegzaamheid over je goede daden.
- Kibr
- Hoogmoed; superioriteitsgevoel. "Wie kibr in zijn hart heeft, gaat de Jannah niet binnen."
- Ḥasad
- Jaloezie / kwaad-wensen aan een ander. Eet goede daden zoals vuur eet hout.
- Ghaḍab
- Woede. De Profeet ﷺ herhaalde 3× tegen iemand: "Word niet boos."
- Khushūʿ
- Nederigheid + concentratie tijdens ṣalāh.
- Tafakkur
- Reflectie / nadenken — over Allah's schepping, je daden, de ākhirah.
- Tazkiya
- Zuivering van het hart van negatieve eigenschappen.
- Ṣabr
- Geduld — actieve standvastigheid, niet passieve apathie. Allah is met de geduldigen.
- Shukr
- Dankbaarheid — niet alleen voelen, maar daden conform.
- Tawbah
- Berouw; terugkeren tot Allah na zonde. Drie pijlers: spijt, stoppen, intentie niet meer.
- Istighfār
- Vergeving vragen aan Allah. Sunnah: 100× per dag.
- Tawassul
- Tussen-roep / nadering tot Allah via Zijn namen, jouw daden, of een levende godvruchtige.
- Dhikr
- Herinnering aan Allah — door tong (formule), hart (aandacht), lichaam (daden).
Praktijk
- Naṣīḥa
- Oprecht advies — "Religie is naṣīḥa" (Muslim). Niet kritiek geven om te kritiseren.
- Iʿānah
- Hulp aan een ander — Allah staat naast wie zijn broeder helpt.
- Khidma
- Dienen — leider van een volk is hun dienaar (hadith).
- Sadaqah
- Vrijwillige liefdadigheid; niet beperkt tot geld — glimlach, hulp, woord = sadaqah.
- Sadaqah jāriya
- Doorlopende sadaqah — telt door na de dood. Drie vormen: kennis, kind, blijvend goed.
- Waqf
- Religieus-charitatief erfdeel — bezit voor altijd uit handelsverkeer voor goed doel.
- Iftār
- Het verbreken van het vasten bij zonsondergang. Sunnah: dadel + water.
- Suhūr
- Pre-dawn maaltijd vóór vasten. "Eet suhūr — er is barakah in."
- Niʿma
- Zegening — Allah's gave. Onmogelijk te tellen.
- Ḥalāl
- Toegestaan volgens de Sharīʿa.
- Ḥarām
- Verboden volgens de Sharīʿa.
- Makrūh
- Afgeraden — niet harām, maar het laten is beter.
- Mubāḥ
- Neutraal toegestaan — geen reward of straf op doen of laten.
- Mustaḥabb
- Aanbevolen — reward op doen, geen straf op laten.
- Wājib
- Verplicht — straf op laten. Tussen farḍ en mustaḥabb in.
- Farḍ
- Strikt verplicht — laten = grote zonde.
- Sunnah muʾakkadah
- Bevestigde Sunnah — Profeet ﷺ deed het consistent. Sterk aanbevolen.
Geschiedenis
- Khilāfa
- Kalifaat — politiek-religieus leiderschap na de Profeet ﷺ.
- Khulafāʾ Rāshidūn
- De vier "rechtgeleide kaliefen": Abū Bakr, ʿUmar, ʿUthmān, ʿAlī (633-661).
- Hijra
- Migratie van de Profeet ﷺ van Mekka naar Medina in 622 GZ. Begin van Hijri-jaartelling.
- Madīnah
- Yathrib na de hijra; tweede heiligste stad van Islam, plek van het graf van de Profeet ﷺ.
- Makkah
- Heiligste stad in Islam. Locatie van de Kaʿba; geboorteplaats van de Profeet ﷺ.
- Quds
- Jeruzalem; locatie van Masjid al-Aqṣā, eerste qibla, plek van de Miʿrāj.
- Anṣār
- "Helpers" — moslims uit Medina die de Profeet ﷺ na de hijra opvingen.
- Muhājirūn
- "Migranten" — moslims uit Mekka die met de Profeet ﷺ naar Medina migreerden.
- Ṣaḥāba
- De Metgezellen — moslims die de Profeet ﷺ nog levend hebben gezien.
- Tābiʿūn
- Volgers van de Ṣaḥāba — generatie na de Profeet ﷺ. Tweede beste generatie.
Dhikr
- Tasbīḥ-rituaal
- 33× SubḥānAllāh + 33× Alḥamdulillāh + 34× Allāhu Akbar na elke ṣalāh.
- Tahmīd
- Het zeggen van "Alḥamdulillāh" (alle lof aan Allah).
- Tahlīl
- Het zeggen van "Lā ilāha illa-Allāh" (geen god dan Allah).
- Takbīr
- Het zeggen van "Allāhu Akbar" (Allah is de Grootste).
- Ḥawqala
- "Lā ḥawla wa lā quwwata illā billāh" — "Geen kracht of macht behalve bij Allah".
- Basmala
- "Bismillāh ar-Raḥmān ar-Raḥīm" — Sunnah om elke daad mee te beginnen.
- Ḥawqala
- "Lā ḥawla wa lā quwwata illā billāh" — "Geen kracht of macht behalve bij Allah".
- Salawāt
- Zegeningen op de Profeet ﷺ. "Allāhumma ṣalli ʿalā Muḥammad..."
- Munājāt
- Intieme dialoog met Allah — vaak in tahajjud.
- Wird
- Dagelijkse spirituele "portie" — vaste hoeveelheid Qurʾān-recitatie of dhikr.
Sunnah-toets
- Bidʿah
- Innovatie in religie — toevoeging zonder Sunnah-bron. Volgens hadith: "elke bidʿah is dwaling".
- Khurūj
- Letterlijk "uittrekken" — vaak gebruikt voor opstand tegen autoriteit (afgeraden in moeilijke tijden).
- Takfīr
- Iemand een "kāfir" (ongelovige) verklaren. Zwaar — vereist exacte criteria + bewijs.
- Ghuluww
- Overdrijving — extreme religieuze ijver buiten de Sunnah om. "De middenweg is het beste."
- Tafrīṭ
- Nalatigheid — onder de minimum standaard van Sunnah blijven. Tegenpool van ghuluww.
- Wasaṭiyya
- De middenweg — Allah maakte de moslim-ummah "een gemiddeld volk" (Qurʾān 2:143).
Financieel
- Khums
- Eén-vijfde belasting (vooral in shia-fiqh; soennitisch alleen bij oorlogsbuit).
- Niṣāb
- Drempelwaarde voor zakāt — momenteel ≈ €5.500 (87,48g goud) of €450 (612g zilver).
- Hawl
- Een Hijri-jaar bezitting hebben boven de niṣāb is voorwaarde voor zakāt.
- Ribā
- Rente / woeker — verboden in Islam. Twee soorten: ribā an-nasīʾa (uitstel) + ribā al-faḍl (uitwisseling).
- Murābaḥa
- Halal financierings-vorm — bank koopt + verkoopt met vooraf-bekende winst, zonder rente.
- Mushārakah
- Halal partnership — winst-deling, geen vaste rente.
- Sukuk
- Halal "bond"-equivalent — eigendoms-aandeel in onderliggend asset.
- Gharar
- Excessieve onzekerheid in contract — verboden. Vooral relevant bij verzekeringen + derivaten.
Maatschappij
- Maʿrūf
- Het goede / wat algemeen herkend wordt als juist — actief promoten.
- Munkar
- Het verwerpelijke — actief tegengaan binnen de mogelijkheden.
- Amr bil-Maʿrūf
- Het goede gebieden — collectieve verplichting van de ummah.
- Nahy ʿan al-Munkar
- Het kwade verbieden — collectieve verplichting van de ummah.
- Ummah
- Wereldwijde moslim-gemeenschap — een lichaam (hadith).
- Dīn
- Religie / levenswijze — meer dan "geloof"; complete leefwijze.
- Dunyā
- Deze wereldse leven — tijdelijk, voorbereiding op de ākhirah.
- Ākhira
- Het Hiernamaals — eeuwige leven na dood + Yawm al-Qiyāma.
Mist er iets?
Stel een term voor
Heb je een term gehoord op onze site die hier nog niet bij staat? WhatsApp ons — we voegen 'm toe en sturen je een korte uitleg terug.